←  Terug naar het overzicht
Dag 9 · verdiept1 Kor 13:5

De liefde ontsiert niemand

Dag 9 · 1 Korinthe 13:5 · met Franciscus van Assisi (ca. 1181–1226)

De woorden van deze dag

Statenvertaling (1637) Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;
Werkvertaling uit het Grieks zij gedraagt zich niet onbetamelijk, zij zoekt niet zichzelf, zij laat zich niet verbitteren, zij rekent het kwade niet aan,
NBV21 Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan,
Herziene Statenvertaling zij handelt niet ongepast, zij zoekt niet haar eigen belang, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad,
The Message Doesn’t force itself on others,

Bij de tekst

Οὐκ ἀσχημονεῖ (Ouk aschēmonei) — de liefde ‘doet niets onwelvoeglijks’, niets dat de ander te schande maakt. Het gaat om de hoffelijkheid van de liefde: haar fijngevoeligheid voor de waardigheid van de ander.

Betamelijkheid is hier geen vormelijkheid maar eerbied — de liefde die de ruimte van de ander niet binnendringt, hem niet vernedert, hem niet als minder behandelt.

Franciscus van Assisi

Franciscus van Assisi
Franciscus van Assisi (ca. 1181–1226) — middeleeuws fresco, Assisi (toegeschreven aan Cimabue)

Het leven

Franciscus werd omstreeks 1181 geboren in Assisi, als zoon van een rijke lakenkoopman. Als jongeman leefde hij vrolijk en verkwistend, droomde van ridderroem en gaf met volle handen geld uit aan feesten. Niets wees erop dat deze modieuze koopmanszoon eens de armste en meest geliefde heilige van het Westen zou worden.

De ommekeer kwam langzaam, langs een reeks schokken: een oorlog, gevangenschap, ziekte. Beslissend was een ontmoeting op de weg met een melaatse, voor wie hij altijd walging had gevoeld. Deze keer steeg hij af en kuste hem. Wat hem eerst bitter was geweest, veranderde in zoetheid. En in een vervallen kerkje hoorde hij het kruis spreken: herstel mijn huis.

Hij brak radicaal met zijn oude leven. Voor de ogen van de bisschop en zijn woedende vader gaf hij álles terug — tot zijn kleren toe — en koos voortaan “Onze Vader die in de hemel is”. Hij trouwde, zoals hij het noemde, met Vrouwe Armoede. Al snel voegden anderen zich bij hem, en zo ontstonden de minderbroeders.

Franciscus zag heel de schepping als één familie. In zijn Zonnelied bezong hij broeder zon en zuster maan, broeder wind en zuster water, zelfs zuster de dood. Hij preekte, zo wil de overlevering, tot de vogels, en bracht vrede tussen een wolf en een dorp. Voor hem was niets en niemand te gering om met eerbied “broeder” of “zuster” te noemen.

Merkwaardig genoeg droomde deze man van armoede nog altijd van ridderlijkheid — maar dan vergeestelijkt tot een hemelse hoffelijkheid: eerbied voor iedereen, hoe gering ook. Zelfs in Egypte, midden in een kruistocht, stak hij de linies over om in vrede en respect de sultan te ontmoeten. Waar anderen alleen een vijand zagen, zag hij een mens.

In 1224, biddend op de berg La Verna, ontving hij de wondtekenen van Christus in zijn eigen lichaam. Twee jaar later stierf hij, arm, ziek en bijna blind — maar zingend. De kerk verklaarde hem al snel heilig. Juist deze man, die de wereld “onbetamelijk” vond omdat hij met bedelaars en melaatsen omging, mag ons vandaag leren wat het is dat de liefde niemand ontsiert.

Meditatie

De liefde, zegt Paulus, gedraagt zich niet onbetamelijk. Het Griekse woord is οὐκ ἀσχημονεῖ (ouk aschēmonei), en het is rijker dan het lijkt. Het is gevormd van σχῆμα (schēma, vorm, gestalte, waardigheid), met een ontkenning ervoor: de liefde ontsiert niet, zij tast de waardigheid van de ander niet aan. Zij is niet grof, niet lomp, niet vernederend.

Op het eerste gezicht lijkt Franciscus hier een vreemde gids. Hij deed juist dingen die iedereen “onbetamelijk” vond: hij stond naakt voor de bisschop, hij leefde met bedelaars, hij kuste melaatsen. Naar de maatstaven van zijn stand was dat schandelijk, beneden alle waardigheid. Waarom dan hij?

Omdat Franciscus liet zien dat ware betamelijkheid niet gaat over goede manieren of over je stand ophouden, maar over eerbied. Hij noemde het hoffelijkheid — cortesia — en hij zag het als een eigenschap van God zelf. Waar de wereld de melaatse ontsierde en wegkeek, daar boog Franciscus zich neer en gaf hem met een kus zijn waardigheid terug. Wie werkelijk eerbiedig is, is niet degene die de vormen bewaart, maar degene die de mens eert.

Zo bezien is het vers scherper dan we dachten. Onbetamelijk gedrag, in Paulus’ zin, is niet in de eerste plaats onhandigheid of botheid, maar het ontsieren van een ander: hem kleineren, belachelijk maken, negeren, laten voelen dat hij niet meetelt. En de liefde doet het tegenovergestelde. Zij geeft ieder mens — de vreemde, de arme, zelfs de vijand — zijn eer terug. Franciscus noemde alles “broeder” en “zuster”, en juist dat is de hoogste vorm van betamelijkheid: iedereen behandelen als familie van God.

Let ook op zijn ontmoeting met de sultan. Terwijl kruisvaarders en moslims elkaar afslachtten, stak Franciscus de linies over om zijn “vijand” met eerbied te ontmoeten. Dat is de liefde die niemand ontsiert, doorgetrokken tot het uiterste: zelfs de tegenstander houdt zijn menselijke waardigheid, ook als je het volstrekt oneens bent.

Vraag jezelf vanavond af: wie heb ik vandaag, misschien zonder het te merken, ontsierd — met een spottend woord, een neerbuigende blik, een gebaar dat de ander klein maakte? En wie zou ik, zoals Franciscus, zijn waardigheid kunnen teruggeven, door hem eenvoudig te eren als broeder of zuster? Want de liefde is nooit grof; zij ontsiert niemand, maar herstelt in ieder mens de schoonheid van Gods beeld.

Gebed

Heer, U die de geringste eert,
vergeef mij waar ik ruw ben geweest,
waar ik een ander klein heb gemaakt of weggekeken heb.
Geef mij de hoffelijkheid van Franciscus:
een eerbied die zich neerbuigt naar wie veracht wordt,
en die in ieder mens een broeder, een zuster ziet.
Laat mij niemand ontsieren, maar allen eren om U. Amen.

Sporen door de eeuwen

Dat de liefde niet grof is maar eerbiedig — dat zij ieder mens, ook de verachte en de vreemde, zijn waardigheid teruggeeft — licht telkens weer op in de Schrift en de geschiedenis van de kerk.

Franciscus en de sultan

Midden in een bloedige kruistocht, waar christenen en moslims elkaar als vijanden bevochten, stak Franciscus de frontlinie over en vroeg de sultan te spreken. Hij kwam niet met wapens of hoon, maar met eerbied. Al-Kamil ontving hem met respect en liet hem ongedeerd gaan. Waar allen slechts een vijand zagen, zag Franciscus een mens.

De vrouw bij de bron

Jezus, vermoeid van de reis, sprak bij een put met een Samaritaanse vrouw — driewerf onbetamelijk in de ogen van zijn tijd: een vrouw, een Samaritaanse, met een beladen verleden. Maar Hij behandelde haar met volle waardigheid, en zij werd de eerste die haar stad over Hem vertelde. Eerbied opende wat afwijzing gesloten had gehouden.

Zacheüs uit de boom

De kleine tollenaar Zacheüs, door iedereen veracht, was in een boom geklommen om Jezus te zien. En juist hem riep Jezus naar beneden: vandaag moet Ik in jouw huis zijn. Het volk mopperde dat Hij bij een zondaar aanging. Maar die eerbiedige aandacht veranderde een leven — Zacheüs gaf de helft van zijn bezit aan de armen.

“Ook Ik veroordeel u niet”

Men sleepte een vrouw voor Jezus die op overspel was betrapt, klaar om haar te stenigen en te schande te zetten. Hij bukte zich, schreef in het zand, en zei: wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Toen allen waren weggegaan, beschaamde Hij haar niet, maar richtte haar op: ook Ik veroordeel u niet; ga heen. De liefde ontsiert niet, zij herstelt.

Boaz en Ruth

Ruth was een arme, buitenlandse weduwe die aren raapte op andermans akker. Boaz, de landeigenaar, had haar kunnen negeren; in plaats daarvan sprak hij haar vriendelijk toe, beschermde haar eer en liet met opzet extra aren voor haar liggen. Hoffelijkheid jegens de vreemde en de geringe — daaruit werd, generaties later, koning David geboren.

Broeder zon, zuster maan

Aan het eind van zijn leven, ziek en bijna blind, dichtte Franciscus zijn Zonnelied, waarin hij de zon zijn broeder noemde, de maan en de sterren zijn zusters, en zelfs de dood zijn zuster. Niets was voor hem te gering om met eerbied te bejegenen. Wie zó kijkt, kan onmogelijk nog grof zijn — want alles en iedereen draagt de naam broeder of zuster.

Als Hij mij aanraakt

Een eigen gedicht, geschreven tijdens een stilteretraite bij de franciscanen in Megen, bij een beeld in een van de kloostergangen.

Franciscus kust de melaatse
Franciscus kust de melaatse
beeld in de kloostergang, klooster Megen

Als Hij mij aanraakt,
kust Hij mij
teder en zacht
in mijn naaktheid
mijn kwetsbaar bestaan
mijn wonden, mijn armoede.

Als Hij mij aanraakt,
valt er licht op mijn ziel
brengt Hij mij in contact
met het diepste van mijn wezen
waar vrede woont
rust en ruimte.
Een plek vrij van lijden
vrij van pijn
plaats van hoop
en bron van leven.

Als Hij mij aanraakt,
dan weet ik niet wie Hij is
er is geen naam
geen beeld
geen buiten
geen woord
enkel in de kus
komt Gij mij nader.

Als Gij mij aanraakt,
zegt Gij “ga” —
kus en heb lief
laat Mij vlees worden in jou
ga en twijfel niet
wees trouw
aan waar je voor
geboren bent.

Il Cantico delle creature — het Zonnelied

Franciscus dichtte zelf het Zonnelied, het loflied op de schepselen — misschien wel het eerste gedicht in de Italiaanse taal. Hij bezingt broeder zon en zuster maan, en prijst God om alles wat leeft. Wie zó de schepping liefheeft, zoekt niet zichzelf, maar geeft zich weg in dank — precies waar deze dag om draait.

Italiaans (Umbrisch)

Altissimu, onnipotente, bon Signore,
tue so’ le laude, la gloria e l’honore
et onne benedictione.
Laudato sie, mi’ Signore,
cum tucte le tue creature,
spetialmente messor lo frate sole.

Nederlands

Allerhoogste, almachtige, goede Heer,
van U zijn de lof, de glorie en de eer
en alle zegening.
Wees geprezen, mijn Heer,
met al uw schepselen,
vooral door heer broeder zon.

Speelt af op deze pagina. Werkt de speler niet, gebruik dan de knop hieronder.

Naar een andere dag