←  Terug naar het overzicht
Dag 23 · verdiept1 Kor 13:12

Door een spiegel, in raadselen

Dag 23 · 1 Korinthe 13:12 · met Blaise Pascal (1623–1662)

De woorden van deze dag

Statenvertaling (1637) Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben.
Werkvertaling uit het Grieks Want nu zien wij in een spiegel, in raadsels; maar dan van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen zoals ik zelf gekend ben.
NBV21 Nu zien we nog maar een afspiegeling, een raadselachtig beeld, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.
Herziene Statenvertaling Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen, zoals ik zelf gekend ben.
The Message We don’t yet see things clearly. We’re squinting in a fog, peering through a mist. But it won’t be long before the weather clears and the sun shines bright! We’ll see it all then, see it all as clearly as God sees us, knowing him directly just as he knows us!

Bij de tekst

Δι' ἐσόπτρου ἐν αἰνίγματι (Di’ esoptrou en ainigmati) — ‘door een spiegel, in een raadsel’. De antieke spiegel was van gepolijst metaal: hij gaf een echt maar wazig, vertekend beeld. Zo kennen wij God nu: werkelijk, maar door een waas.

Het ‘dan’ staat er tegenover: van aangezicht tot aangezicht. Het verschil is niet meer of minder informatie, maar het wegvallen van de spiegel zelf — onmiddellijke aanschouwing.

Blaise Pascal

Blaise Pascal
Blaise Pascal (1623–1662) — gravure

Het leven

Blaise Pascal werd in 1623 in Frankrijk geboren, en was een wonderkind. Als jongen bewees hij al meetkundige stellingen, en op zijn negentiende bouwde hij een van de eerste rekenmachines. Hij legde de grondslagen voor de kansrekening en deed baanbrekend werk over de luchtdruk en het vacuüm — een van de scherpste geesten van zijn eeuw.

Maar de rede alleen stilde hem niet. Op 23 november 1654 beleefde hij een overweldigende godservaring, die hij op een stukje papier krabbelde en de rest van zijn leven in de voering van zijn jas meedroeg. “Vuur,” schreef hij, “God van Abraham, niet van de filosofen.” Van toen af leefde hij geheel voor God.

Hij verbond zich met de ernstige christenen van Port-Royal en schreef, onvoltooid, zijn Pensées — losse gedachten ter verdediging van het geloof. Daarin peilt hij als geen ander de mens: groot én ellendig, een “riet dat denkt”, verscheurd tussen grootsheid en niets.

Zijn beroemdste woord vat zijn inzicht samen: het hart heeft zijn redenen die de rede niet kent. God laat zich niet bewijzen als een stelling; Hij wordt gekend door het hart, en dan nog verborgen, half in het duister.

Pascal stierf jong, negenendertig jaar, ziek en uitgeput. Juist hij, die de grenzen van de rede en de verborgenheid van God zo scherp zag, mag ons leiden bij het woord dat wij God nu slechts zien door een spiegel, in raadselen.

Meditatie

Nu geeft Paulus het beroemde beeld: βλέπομεν δι᾽ ἐσόπτρου ἐν αἰνίγματι (blepomen di' esoptrou en ainigmati) — wij zien door een spiegel, in raadselen. Een ἔσοπτρον (esoptron) was in de oudheid geen heldere glasspiegel, maar gepolijst metaal dat een vaag, vertekend beeld gaf. Zo zien wij God nu: niet helder, maar schemerig, in raadsels.

Dat is een eerlijk woord tegen alle geestelijke grootspraak. Wie beweert God klaar en helder te kennen, heeft de spiegel nog niet begrepen. Ons kennen is echt, maar gebroken; waar, maar wazig. Wij tasten in een halflicht — genoeg om te geloven, te weinig om te doorgronden.

Niemand heeft dat scherper gezien dan Pascal. Hij wist als geen ander wat de rede kon — en waar zij ophield. God, zei hij, is een verborgen God: Hij geeft genoeg licht voor wie wil geloven, en genoeg duister voor wie niet wil. Het geloof leeft niet in het volle daglicht, maar in het clair-obscur, het schemerdonker waarin het hart moet kiezen.

En juist daar, zei Pascal, kent niet de koele rede maar het hart. “Het hart heeft zijn redenen die de rede niet kent.” God laat zich niet vangen in een bewijs; Hij wordt geproefd, aangeraakt, vertrouwd — in raadselen, maar echt. Zijn eigen vuurnacht was geen redenering, maar een ontmoeting.

Dat troost wie worstelt met twijfel en onduidelijkheid. Het betekent niet dat je geloof zwak is; het betekent dat je de spiegel eerlijk aankijkt. Wij zien nog niet helder — dat hoort bij dit leven. Maar wat wij nu vaag vermoeden, zullen wij eens klaar aanschouwen.

Aanvaard vanavond het halflicht. Verlang niet krampachtig naar een zekerheid die pas hierna komt, en veracht niet het weinige licht dat je hebt. Kijk in de spiegel, zie het raadsel, en vertrouw je hart toe aan Hem die je door het duister heen draagt.

Gebed

Verborgen God, die zich geeft en zich onttrekt,
ik zie U nog maar door een spiegel, in raadselen.
Bewaar mij voor de hoogmoed die meent U te doorgronden,
en voor de wanhoop die opgeeft in het duister.
Geef mij het hart dat U proeft waar de rede stokt,
en laat mij vertrouwen tot ik U eens helder zal zien. Amen.

Een woord van Blaise Pascal“Vuur. God van Abraham, God van Isaak, God van Jakob — niet van de filosofen en de geleerden. Zekerheid, zekerheid, gevoel, vreugde, vrede.”— Blaise Pascal, het Mémorial, 23 november 1654

Sporen door de eeuwen

Het vuur en het hart

Pascal peilde als geen ander wat de rede kon en waar zij ophield. Zijn eigen zekerheid kwam niet uit een bewijs maar uit een vuurnacht — een ontmoeting die hij op een briefje in zijn jas meedroeg. God, wist hij, wordt niet beredeneerd maar gekend door het hart, en dan nog in raadselen.

Een God die zich verbergt

Voorwaar, Gij zijt een God die zich verbergt, roept Jesaja uit. God dringt zich niet op; Hij laat zich vinden door wie zoekt, en blijft verborgen voor wie niet wil. Die verborgenheid is geen afwezigheid, maar de ruimte waarin geloof geboren wordt.

Mozes in de donkerheid

Terwijl het volk op afstand bleef, naderde Mozes de donkere wolk waarin God was. Niet in het heldere licht, maar in het duister ontmoette hij Hem. Soms is het juist het donker waar wij God het dichtst nabij zijn, ook al zien wij niets.

Wolk en donkerheid

Wolk en donkerheid zijn rondom Hem, zingt de psalm, en toch zijn gerechtigheid en recht de grondslag van zijn troon. God is in mysterie gehuld, en tegelijk volkomen betrouwbaar. Wij zien Hem niet helder, maar wij mogen Hem vertrouwen.

Zalig die niet zien

Thomas wilde eerst zien en tasten voordat hij geloofde. Jezus liet het toe, maar zei: zalig zij die niet gezien hebben en toch geloven. Het geloof van dit leven leeft nu eenmaal zonder heldere aanblik — het vertrouwt op wat het nog niet ziet.

De wolk van niet-weten

Een middeleeuwse Engelse mysticus schreef dat God niet met het verstand maar met de liefde bereikt wordt, in wat hij de “wolk van niet-weten” noemde. Al ons denken schiet tekort; alleen een tastend, liefdevol vertrouwen dringt door de wolk heen tot Hem die erachter woont.

Immortal, Invisible — een hymne bij deze dag

Deze geliefde hymne bezingt de God die ‘in ontoegankelijk licht verborgen is voor onze ogen’. Zij raakt precies wat Pascal zag: dat wij God nu niet helder zien, maar door een sluier — en, wonderlijk genoeg, niet omdat Hij te donker is, maar omdat Hij te licht is. Het is de glans zélf die Hem voor ons verbergt, tot onze ogen sterk genoeg zijn om Hem te aanschouwen.

Engels

Immortal, invisible, God only wise,
in light inaccessible hid from our eyes,
most blessed, most glorious, the Ancient of Days,
almighty, victorious, thy great name we praise.

Great Father of glory, pure Father of light,
thine angels adore thee, all veiling their sight;
all praise we would render, O help us to see
’tis only the splendour of light hideth thee.

Nederlands

Onsterfelijk, onzichtbaar, God, enig wijs,
in ontoegankelijk licht verborgen voor onze ogen,
allerhoogst gezegend, allerheerlijkst, de Oude van dagen,
almachtig, zegevierend — uw grote naam prijzen wij.

Grote Vader van heerlijkheid, zuivere Vader van licht,
uw engelen aanbidden U, hun ogen bedekkend;
alle lof willen wij brengen — o, help ons te zien:
het is slechts de glans van het licht die U verbergt.

Speelt af op deze pagina. Werkt de speler niet, gebruik dan de knop hieronder.

Naar een andere dag