1 Korinthe 13 · een meditatiereeks
Eenendertig dagen bij het Hooglied van de liefde
Het dertiende hoofdstuk van Paulus’ eerste brief aan de Korinthiërs — het Hooglied van de liefde — is misschien wel de mooiste tekst die hij ooit schreef. Deze reeks gaat er eenendertig dagen lang doorheen: vers voor vers, soms woord voor woord.
Elke dag staat één getuige uit de geschiedenis van de kerk centraal — een theoloog, een mysticus, een dichter — die op geheel eigen wijze deze liefde heeft verstaan en voorgeleefd. Samen vormen zij een stoet van bijna tweeduizend jaar: van Johannes Chrysostomus in de vierde eeuw tot Huub Oosterhuis in de onze.
Elke dag biedt: een korte kennismaking met het leven van de getuige, een meditatie bij het vers van die dag, ‘sporen door de eeuwen’ — plaatsen in Schrift en geschiedenis waar dat ene woord oplicht — en een gebed, vraag of woord om mee te nemen.
Elke dag sluit af met een passend muziekstuk, om bij stil te worden, met tekst, vertaling en een luisterlink.
De reeks volgt de tekst op de voet. Kies een dag om te beginnen — of lees ze, van dag tot dag, als een weg die te gaan is.
1 Korinthe 13 · NBV21
1Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schallende cimbaal.
2Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.
3Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs om te worden verbrand – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.
4De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid.
5Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan,
6ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid.
7Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.
8De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan –
9want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt.
10Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen.
11Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten.
12Nu zien we nog maar een afspiegeling, een raadselachtig beeld, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.
13Dit is wat blijft: geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.
Bijbeltekst uit de Nieuwe Bijbelvertaling / NBV21. © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
Dag 1–3 · Al het grootste is niets zonder haar
Dag 4–18 · Geduldig, goedertieren, zij gelooft en hoopt en verdraagt alles
Dag 19–25 · De liefde vergaat nimmermeer; nu ten dele, straks van aangezicht tot aangezicht
Dag 26–31 · Geloof, hoop en liefde blijven — en de grootste van deze is de liefde
“En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.”
— 1 Korinthe 13:13