Dag 30 · 1 Korinthe 13:13 · met Oepke Noordmans (1871–1956)
De woorden van deze dag
Bij de tekst
Het ‘blijven’ van geloof, hoop en liefde reikt over de horizon van deze bedeling heen: zij zijn wat van de nieuwe schepping nu al present is.
De liefde ‘vergaat nimmermeer’ omdat zij niet bij onze vergankelijke wereld hoort, maar bij het scheppende werk van de Geest die nieuw maakt.
Oepke Noordmans werd in 1871 in Friesland geboren en werd predikant. Hij is nooit hoogleraar geworden — hij bleef zijn leven lang dorpspredikant — en tóch geldt hij als een van de diepste en oorspronkelijkste theologen die Nederland heeft voortgebracht.
Zijn stijl is kort, scherp en poëtisch, soms raadselachtig: één zin van Noordmans kan je dagen bezighouden. Hij was verwant aan Karl Barth, maar geheel eigen — geworteld in de Reformatie en in een diep besef van Gods vrijheid en genade.
Zijn bekendste boek draagt een veelzeggende titel: Herschepping. Het heil, betoogde hij, is niet dat wij onszelf verbeteren, maar dat God iets volstrekt nieuws schept — uit het niets, door zijn Geest, zoals in het begin.
Ook over de eredienst dacht hij diep na: sober, gericht op het Woord, zonder opsmuk. Niet de mens en zijn prestaties staan in het midden, maar God die spreekt en schept. “De Geest,” wist hij met Johannes, “waait waar hij wil.”
Hij stierf in 1956, in alle stilte, ver van de schijnwerpers. Juist deze verborgen meester van de genade mag ons leiden bij het woord dat geloof, hoop en liefde blijven — niet als onze prestatie, maar als Gods herscheppende werk.
Nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie. Wij horen dat al gauw als drie deugden die wíj moeten opbrengen. Maar Noordmans zou ons zachtjes corrigeren: dit zijn geen prestaties, maar gaven — vruchten van de Geest, herschepping.
Want dat was zijn grote inzicht. Het heil is niet dat de oude mens zichzelf oppoetst, maar dat God iets nieuws schept. Zoals Hij in het begin licht riep uit de duisternis, zo roept Hij ook nu geloof, hoop en liefde tevoorschijn waar ze niet waren. Het is scheppingswerk, geen zelfverbetering.
Dat geldt ook voor de liefde. Zij komt niet uit ons op; zij wordt in ons geschapen door de Geest, die waait waar hij wil. Wij kunnen haar niet maken, niet vasthouden, niet afdwingen. Wij kunnen haar alleen ontvangen, met lege handen.
En dat is een bevrijdend woord. Want als de liefde míjn prestatie is, dan sta of val ik met mijn eigen vermogen — en dat is wankel; op mijn beste dagen lukt het half, op mijn slechtste helemaal niet. Maar als de liefde Gods herschepping is, dan draagt niet mijn greep, maar zijn scheppende trouw.
Daarom kan juist de liefde het blijvende zijn. Niet omdat mensen zo standvastig liefhebben — dat doen wij niet — maar omdat God volhoudt wat Hij begon. Wat de Geest schept, houdt Hij ook in stand, en voltooit Hij eens, tot het volkomen is.
Vraag jezelf vanavond af: probeer ik de liefde op te brengen als een prestatie, en put ik mij daaraan uit? Of durf ik haar te ontvangen als een gave — en te vertrouwen dat God in mij herschept wat ik zelf nooit maken kan?
Schepper Geest, die waait waar U wilt,
ik kan de liefde niet maken, niet vasthouden, niet afdwingen.
Schep haar dan in mij, uit het niets,
zoals U in het begin het licht hebt geroepen.
Neem mijn krampachtig proberen weg,
en leer mij met lege handen te ontvangen
wat U alleen kunt geven en volhouden. Amen.
Noordmans vatte het heil samen in dat ene woord: herschepping. Niet wij verbeteren onszelf, maar God schept iets nieuws — geloof, hoop en liefde waar ze niet waren. Zo is ook de liefde geen prestatie die wij leveren, maar een werk van de Geest dat wij ontvangen.
De vrucht van de Geest, schrijft Paulus, is liefde, blijdschap, vrede. Let op het woord: vrucht, geen prestatie. Een boom perst geen vruchten; hij draagt ze, omdat hij leeft. Zo draagt wie uit de Geest leeft vanzelf de liefde — niet uit krampt, maar uit leven.
U moet opnieuw geboren worden, zei Jezus tegen Nicodemus; de wind waait waar hij wil, en zo is ieder die uit de Geest geboren is. Het nieuwe leven laat zich niet maken of sturen; het wordt geboren, van boven, waar en wanneer God wil.
Ik zal u een nieuw hart geven, belooft God bij Ezechiël, en een nieuwe geest in uw binnenste; het stenen hart neem Ik weg en geef u een hart van vlees. De liefde begint niet bij onze inspanning, maar bij dit goddelijke hart-transplantaat.
Zie, Ik maak alle dingen nieuw, zegt Hij die op de troon zit, aan het einde van de Schrift. Wat met de herschepping in ons begon, loopt uit op de herschepping van alles. De liefde die God nu in ons wekt, is het eerste teken van die nieuwe wereld.
Augustinus bad een gevaarlijk gebed: geef wat Gij gebiedt, en gebied dan wat Gij wilt. Want als God de liefde gebiedt, kan Hij haar niet van ons eisen als een prestatie — Hij moet haar zelf schenken. En dat doet Hij: wat Hij vraagt, geeft Hij.
Deze eeuwenoude hymne roept de Geest aan die de harten herschept — precies waar het bij Noordmans om draait. Kom, Schepper Geest, vervul de harten die Gij geschapen hebt. Wat wij zelf niet kunnen maken, komt van boven: geloof, hoop en liefde als gave van de scheppende Geest.
Veni, Creator Spiritus,
mentes tuorum visita,
imple superna gratia,
quae tu creasti, pectora.
Kom, Schepper Geest,
bezoek de zielen van de uwen,
vervul met hemelse genade
de harten die Gij hebt geschapen.