←  Terug naar het overzicht
Dag 11 · verdiept1 Kor 13:5

De liefde wordt niet verbitterd

Dag 11 · 1 Korinthe 13:5 · met Bonaventura (1221–1274)

De woorden van deze dag

Statenvertaling (1637) Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;
Werkvertaling uit het Grieks zij gedraagt zich niet onbetamelijk, zij zoekt niet zichzelf, zij laat zich niet verbitteren, zij rekent het kwade niet aan,
NBV21 Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan,
Herziene Statenvertaling zij handelt niet ongepast, zij zoekt niet haar eigen belang, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad,
The Message Doesn’t fly off the handle,

Bij de tekst

Οὐ παροξύνεται (Ou paroxynetai) — de liefde ‘wordt niet geprikkeld’, raakt niet verbitterd. Het werkwoord duidt op het scherp worden, het oplaaien van wrok. Liefde laat zich niet meeslepen door de opwelling.

Het gaat niet om gevoelloosheid, maar om een hart dat niet bitter wordt — dat de prikkel voelt en toch niet aansteekt.

Bonaventura

Bonaventura
Bonaventura (1221–1274) — geschilderd portret

Het leven

Bonaventura werd omstreeks 1221 geboren in Bagnoregio, in Midden-Italië, als Giovanni di Fidanza. De overlevering vertelt dat hij als kind ernstig ziek was en genas op voorspraak van Franciscus van Assisi; zijn moeder zou toen uitgeroepen hebben “o buona ventura!” — o goede toekomst. Of het waar is of niet, de naam bleef, en de band met Franciscus zou zijn hele leven bepalen.

Hij studeerde in Parijs en trad toe tot de minderbroeders, de orde van Franciscus. Daar raakte hij bevriend met een medestudent van een andere bedelorde: Thomas van Aquino. De twee werden ongeveer gelijktijdig tot leraar in de theologie benoemd, ondanks hevige weerstand tegen de nieuwe orden. Twee jonge lichten, ieder op zijn eigen manier.

In 1257 werd Bonaventura gekozen tot algemeen overste van de franciscanen — op een uiterst moeilijk moment. De orde was diep verscheurd: de ene partij wilde de armoede tot in het uiterste doordrijven, met apocalyptische ijver; de andere zocht matiging. Er heerste wantrouwen, verbittering, strijd. Bonaventura loodste de orde er met geduld en zachtheid doorheen, en wordt daarom haar tweede stichter genoemd. Hij schreef ook het gezaghebbende levensverhaal van Franciscus.

Hij was theoloog én mysticus, de “seraphische leraar”. Na een verblijf op de berg La Verna — waar Franciscus eens de wondtekenen ontving — schreef hij zijn beroemdste werk: De weg van de ziel naar God. Daarin tekent hij de opklimming van de ziel in trappen, tot aan een laatste stap waar het denken ophoudt en alleen nog de liefde spreekt. Voor Bonaventura eindigt de reis naar God niet in kennis, maar in het vuur van de liefde.

In zijn laatste jaren werd hij kardinaal en speelde hij een sleutelrol op de kerkvergadering van Lyon, die een kortstondige hereniging met de oosterse kerk tot stand bracht. Midden in dat concilie stierf hij, in 1274 — hetzelfde jaar als zijn vriend Thomas, die op weg daarheen was gestorven.

Wat het meest van hem gezegd wordt, is zijn zachtmoedigheid. Jarenlang stond hij aan het hoofd van een orde vol scherpe conflicten, en tóch bleef hij mild, verzoenend, ongebroken. De verbittering die hem van alle kanten omringde, kreeg geen vat op hem. En juist daarom mag hij ons vandaag leiden bij het woord dat de liefde zich niet laat verbitteren.

Meditatie

De liefde, vervolgt Paulus, wordt niet verbitterd. Het Griekse woord is οὐ παροξύνεται (ou paroxynetai) — waar ons woord “paroxisme” vandaan komt: een plotselinge, scherpe uitbarsting. De liefde raakt niet zo geprikkeld; zij wordt niet scherp, niet bitter, niet opgejut tot wrok. Zij blijft zacht, ook wanneer zij getergd wordt.

Merk op hoe fijn Paulus onderscheidt. Eerder zei hij al dat de liefde geduldig is. Maar je kunt uiterlijk geduldig zijn en vanbinnen toch langzaam verzuren — je zegt niets, maar de wrok stapelt zich op. Paulus wil meer: niet alleen dat je je inhoudt, maar dat je hart niet verhardt. Geduld verdraagt aan de buitenkant; “niet verbitterd” gaat over de binnenkant, waar de bitterheid zich zo makkelijk nestelt.

Want dat is het verraderlijke van verbittering: zij komt geleidelijk. Een kwetsing die niet geneest, een onrecht dat blijft knagen, een teleurstelling die je niet loslaat — en ongemerkt word je scherp, achterdochtig, hard. De verbitterde mens leeft vanuit zijn wond; elke prikkel rijt haar weer open. Hij is als iemand met een zere plek die telkens opnieuw wordt aangeraakt.

Bonaventura laat zien dat het anders kan. Jarenlang leidde hij een orde die uiteenscheurde van onderlinge strijd; van alle kanten kreeg hij verwijten, wantrouwen, tegenwerking. Genoeg om bitter van te worden. En tóch bleef hij zacht. Hoe? Zijn mystiek verraadt het geheim: wie op de berg is geweest, wie zijn rust gevonden heeft in het vuur van Gods liefde, leeft niet meer vanuit zijn wonden, maar vanuit die liefde. Dan kan de scherpte van buiten geen scherpte van binnen meer worden.

Dat is de genezing die dit vers ons wijst. Je wordt niet zachter door harder tegen je eigen bitterheid te vechten; je wordt zachter doordat je hart ergens anders geworteld raakt. Wie zich diep bemind weet, hoeft niet meer vanuit de wond te leven. De liefde van God, eenmaal geproefd, ontwapent langzaam de scherpte in ons.

Vraag jezelf vanavond eerlijk af: waar ben ik bitter aan het worden? Welke oude kwetsing, welk onrecht draag ik met me mee dat mij hard maakt? En durf het dan bij God te brengen — niet om het weg te drukken, maar om het te laten helen in zijn liefde, zodat je niet langer vanuit je wond hoeft te leven, maar vanuit Hem.

Gebed

Heer, U die getergd werd en toch niet verbitterde,
genees de wonden die mij hard maken.
Neem de scherpte weg die zich in mij nestelt,
de wrok die ik koester, de kwetsing die ik vasthoud.
Wortel mijn hart zo diep in uw liefde,
dat geen onrecht mij nog bitter maakt,
maar dat ik zacht blijf, zoals U. Amen.

Sporen door de eeuwen

Dat de liefde zich niet laat verbitteren — dat zij zacht blijft, ook onder onrecht, omdat zij geworteld is in iets groters dan de wond — licht telkens weer op in de Schrift en de geschiedenis van de kerk.

“Vader, vergeef het hun”

Terwijl men Hem aan het kruis sloeg — bespot, verraden, onschuldig gemarteld — bad Jezus niet om wraak, maar om vergeving: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. Op het moment van het grootste onrecht bleef Hij vrij van bitterheid. Daar, aan het kruis, staat het volmaakte beeld van een liefde die zich niet laat verbitteren.

Stefanus onder de stenen

De eerste martelaar, Stefanus, werd gestenigd om zijn getuigenis. En terwijl de stenen hem troffen, knielde hij neer en riep: Heer, reken hun deze zonde niet toe. Geen wrok, geen vloek — een gebed voor zijn moordenaars. Wie zo sterft, leeft niet uit zijn wond, maar uit de liefde die groter is dan het onrecht.

Elisa en het vijandelijke leger

Toen een Syrisch leger met blindheid geslagen in Elisa’s hand viel, wilde de koning van Israël hen doden. Maar Elisa verbood het: zet hun brood en water voor, en laat hen gaan. De vijanden werden onthaald in plaats van gedood — en de invallen hielden op. Goedheid waar wraak verwacht werd, brak de vijandschap.

David spaart Saul

Koning Saul joeg David naar het leven. Toen David hem weerloos aantrof in een grot, spoorden zijn mannen hem aan toe te slaan. Maar David weigerde de hand aan hem te slaan; hij sneed enkel een slip van Sauls mantel, en had daar nog spijt van. Hij liet zich door de vervolging niet tot wraak verleiden. Zijn hart bleef zacht waar het hard had kunnen worden.

De zachtheid van Bonaventura

Jarenlang leidde Bonaventura een orde die verscheurd werd door bittere twisten. Van alle kanten kreeg hij verwijten en wantrouwen. Toch bleef hij verzoenend en mild, en bracht de partijen bij elkaar zonder zelf te verharden. Wie zijn rust vindt in Gods liefde, kan de scherpte van anderen dragen zonder er zelf scherp van te worden.

Corrie ten Boom en de bewaker

Corrie ten Boom overleefde een concentratiekamp waarin haar zus omkwam. Jaren later, na een lezing over vergeving, stond plotseling een van haar vroegere bewakers voor haar, met uitgestoken hand. Alles in haar verzette zich. Maar zij bad om kracht, stak haar hand uit — en voelde de bitterheid smelten. Vergeving, ontdekte zij, is geen gevoel maar een keuze die God dan met warmte vervult.

Ubi caritas — een gezang van de liefde

Ubi caritas is een van de oudste gezangen van de kerk, al vóór het jaar 800 gezongen. Telkens keert het terug tot dezelfde belijdenis: waar liefde is, daar is God. Bij Bonaventura klinkt het bijzonder, want juist hij bracht een orde vol tweedracht weer tot rust. Eén regel lijkt voor hem geschreven: laat de boze twisten ophouden, laat de ruzies ophouden — en laat Christus in ons midden zijn. Zo bezingt dit lied wat deze dag vraagt: een liefde die niet verbittert, maar bijeenhoudt.

Latijn

Ubi caritas et amor,
Deus ibi est.

Congregavit nos in unum Christi amor.
Exsultemus et in ipso iucundemur.
Timeamus et amemus Deum vivum,
et ex corde diligamus nos sincero.

Simul ergo cum in unum congregamur,
ne nos mente dividamur, caveamus.
Cessent iurgia maligna, cessent lites,
et in medio nostri sit Christus Deus.

Simul quoque cum beatis videamus
glorianter vultum tuum, Christe Deus:
gaudium, quod est immensum atque probum,
saecula per infinita saeculorum. Amen.

Nederlands

Waar liefde en genegenheid heerst,
daar is God.

De liefde van Christus heeft ons tot één vergaderd.
Laten wij ons verheugen en in Hem verblijden.
Laten wij de levende God vrezen en beminnen,
en elkaar oprecht van harte liefhebben.

Nu wij dan tezamen tot één zijn vergaderd,
laten wij waken dat wij in ons hart niet verdeeld raken.
Laat de boze twisten ophouden, laat de ruzies ophouden,
en laat Christus, onze God, in ons midden zijn.

Laten wij ook samen met de zaligen aanschouwen
in heerlijkheid uw aangezicht, Christus God:
een vreugde die onmetelijk is en zuiver,
door de eindeloze eeuwen der eeuwen. Amen.

Speelt af op deze pagina. Werkt de speler niet, gebruik dan de knop hieronder.

Naar een andere dag