←  Terug naar het overzicht
Dag 7 · verdiept1 Kor 13:4

De liefde is niet afgunstig

Dag 7 · 1 Korinthe 13:4 · met Bernard van Clairvaux (1090–1153)

De woorden van deze dag

Statenvertaling (1637) De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;
Werkvertaling uit het Grieks De liefde is geduldig, zij is goedgunstig; de liefde is niet jaloers, zij pocht niet, zij blaast zich niet op,
NBV21 De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid.
Herziene Statenvertaling De liefde is geduldig, zij is vriendelijk, de liefde is niet jaloers, de liefde pronkt niet, zij doet niet gewichtig,
The Message Love doesn’t want what it doesn’t have.

Bij de tekst

Οὐ ζηλοῖ (Ou zēloi) — de liefde ‘ijvert niet’ in de kwade zin: zij is niet jaloers. Afgunst is liefde die zich heeft omgekeerd; zij kan het goede van de ander niet verdragen, omdat zij draait om het eigen ik.

Daarmee raakt Paulus de wortel: jaloezie ontstaat waar de liefde niet meer naar buiten stroomt maar naar binnen krult, om zichzelf heen.

Bernard van Clairvaux

Bernard van Clairvaux
Bernard van Clairvaux (1090–1153)

Het leven

Bernard werd in 1090 geboren op een kasteel bij Dijon, in Bourgondië, als zoon van een adellijke ridderfamilie. Hij was welgemanierd, buitengewoon begaafd en welsprekend — voor hem lag een glansrijke wereldse toekomst open. Maar iets in hem verlangde naar meer dan roem en bezit.

Op drieëntwintigjarige leeftijd nam hij een verbluffend besluit: hij trad in bij Cîteaux, een jonge, straffe hervormingsabdij waar men in uiterste soberheid leefde. En hij ging niet alleen — door de kracht van zijn overtuiging bracht hij een dertigtal broers, ooms en vrienden mee het klooster in. Moeders verstopten naar verluidt hun zonen als Bernard in de buurt kwam, zo aanstekelijk was zijn vuur.

Twee jaar later werd hij uitgezonden om zelf een klooster te stichten, in een afgelegen dal dat hij Clairvaux noemde — “heldere vallei”. Daar bleef hij abt tot zijn dood. Onder zijn leiding groeide de orde explosief; overal in Europa verrezen dochterkloosters, bevolkt met monniken die hij had gevormd en uitgezonden. Hij verheugde zich in een groei die niet de zijne was.

Hoezeer hij ook naar de stilte verlangde, zijn eeuw liet hem niet met rust. Hij werd de invloedrijkste man van zijn tijd: raadsman van pausen en koningen, bemiddelaar in een kerkscheuring, prediker van een kruistocht — die jammerlijk mislukte, wat hem diep bedroefde. Om zijn zoetvloeiende welsprekendheid noemde men hem de honingzoete leraar; vandaar dat een bijenkorf zijn kenteken werd.

Maar zijn hart lag bij de liefde. Zijn tachtig preken over het Hooglied behoren tot de mooiste mystieke teksten van het Westen, en in zijn boek Over de liefde tot God tekent hij de weg omhoog in vier trappen: van de mens die alleen zichzelf bemint, via wie God bemint om diens gaven, naar wie God bemint om God zelf, tot wie ten slotte zelfs zichzelf enkel nog liefheeft ómwille van God.

Bernard stierf in 1153, uitgeput door een leven van dienst en versterving. De kerk noemde hem later een leraar van het geloof. Juist hij, die zovelen tot bloei bracht zonder hen te benijden, mag ons vandaag leiden bij het woord dat de liefde niet afgunstig is.

Meditatie

Na het geduld en de goedheid slaat Paulus een andere toon aan. Hij begint nu te zeggen wat de liefde níet doet, en het eerste is scherp: de liefde is niet afgunstig. In het Grieks: οὐ ζηλοῖ (ou zēloi). Het woord ζῆλος (zēlos) kan vuur betekenen, ijver — maar hier de donkere kant ervan: de naijver, de jaloezie, het gif dat opkomt bij het geluk van een ander.

Afgunst is een merkwaardige zonde, misschien wel de treurigste van alle. Alle andere zonden beloven op zijn minst een kort genot; de afgunst niet. Zij geniet nergens van. Zij lijdt juist — onder het goede dat een ander toevalt. Waar de liefde zich verheugt met wie zich verheugt, daar krimpt de afgunst ineen bij elk succes van de naaste. Zij is de liefde precies achterstevoren: liefde bloeit op bij andermans geluk, afgunst verwelkt erdoor.

Waar komt zij vandaan? Uit vergelijking, en uit de leugen van het tekort. Afgunst fluistert dat er niet genoeg is — niet genoeg eer, niet genoeg liefde, niet genoeg plaats — en dat wat de ander krijgt, van mij wordt afgenomen. Zolang ik mij met anderen meet, zal ik altijd iemand vinden die meer heeft, en zal de steek van de jaloezie nooit ophouden.

Hier reikt Bernard ons de genezing aan. Afgunst, zag hij, wortelt in de laagste vorm van liefde: de mens die alleen zichzelf bemint en alles naar zich toe wil halen. De weg omhoog is niet méér wilskracht, maar een vollere liefde — tot je God bemint om God zelf, en in Hem je rust vindt. Want wie God heeft, heeft genoeg. Hem ontbreekt niets, en dus hoeft hij niets te benijden. De afgunst dooft niet doordat je haar bevecht, maar doordat je hart ergens anders vol van raakt.

Bernards eigen leven laat het zien. Hij bracht ontelbare mannen tot bloei, vormde hen en zond hen uit om elders abt te worden, groter soms dan hijzelf. Hij had daar jaloers op kunnen zijn; in plaats daarvan verheugde hij zich. Dat is de vrijheid van wie zijn vervulling niet meer bij zichzelf zoekt: je kunt je verblijden in andermans gaven zonder dat het jou iets afneemt, want in God is er geen tekort.

Afgunst is een verborgen, alledaagse zonde. Ze komt zelden hardop; ze schuilt in de lichte verzuring bij het goede nieuws van een collega, een broer, een gemeentelid. Vraag je vanavond eerlijk af waar zij bij jou binnensluipt — en oefen dan het tegengif: je oprecht verheugen met wie zich verheugt. Wie dat leert, ontdekt dat andermans geluk zijn eigen vreugde niet kleiner maakt, maar groter.

Gebed

Heer, U in wie geen tekort is,
genees mij van de stille naijver van mijn hart.
Bevrijd mij van het eeuwige vergelijken,
en leer mij mij te verheugen met wie zich verheugt.
Vul mij zo met U, dat ik niets meer hoef te benijden,
want wie U heeft, heeft genoeg. Amen.

Sporen door de eeuwen

Dat afgunst de liefde precies achterstevoren is — en dat de genezing ligt in een hart dat zich verheugt met wie zich verheugt — licht telkens weer op in de Schrift en de geschiedenis van de kerk.

Kaïn en Abel

Toen God het offer van Abel aanzag en dat van Kaïn niet, ontbrandde Kaïn in woede. Niet om wat hem was aangedaan, maar om wat zijn broer wél had ontvangen. De allereerste moord in de Schrift kwam voort uit afgunst. Zo oud en zo dodelijk is de wortel: het niet kunnen verdragen dat een ander gezegend wordt.

Jozef en zijn broers

Jozef was de lieveling van zijn vader, en zijn broers konden het niet verkroppen — zijn dromen, zijn veelkleurige mantel, de voorkeur die hij genoot. Hun afgunst dreef hen ertoe hem te verkopen als slaaf. En toch: jaren later, toen Jozef hen had kunnen vernietigen, koos hij vergeving. Waar afgunst afbreekt, bouwt de liefde weer op.

Saul en David

Toen het volk zong dat Saul zijn duizenden had verslagen maar David zijn tienduizenden, sloeg de koning de jonge held vanaf die dag met argwaan gade. De afgunst vrat aan Saul tot zij zijn verstand verduisterde en zijn koningschap verteerde. Wie een ander gaat benijden, ondergraaft vooral zichzelf.

De oudste broer

Toen de verloren zoon terugkwam en de vader een feest aanrichtte, weigerde de oudste broer naar binnen te gaan. Al die jaren had hij trouw gediend — en nu dít? Zijn afgunst maakte hem blind voor alles wat hij bezat: “alles wat van mij is, is van jou,” zei de vader. Afgunst laat je hongeren temidden van overvloed.

“Hij moet wassen, ik moet minder worden”

Toen Johannes de Doper zag hoe de mensen zich van hem afkeerden en Jezus volgden, was hij niet jaloers, maar blij. De vriend van de bruidegom, zei hij, verheugt zich als hij de stem van de bruidegom hoort. “Hij moet groter worden, ik kleiner.” Dat is het volmaakte tegendeel van afgunst: vreugde in de grootheid van een ander.

Bernard, die anderen liet groeien

Bernard vormde jarenlang monniken en zond hen vervolgens uit om zelf kloosters te leiden — sommigen werden beroemder dan hij. Hij had hen kunnen kleinhouden uit naijver; in plaats daarvan verheugde hij zich in hun bloei. Wie zijn vervulling in God vindt, kan zich grenzeloos verblijden in wat een ander wordt, want het neemt hem zelf niets af.

O Haupt voll Blut und Wunden — naar Bernard

De innige liefde voor de lijdende Christus is Bernards handtekening. De passiehymne Salve caput cruentatum — in het Duits O Haupt voll Blut und Wunden — wordt van oudsher aan hem toegeschreven. Hier klinkt de troostende slotstrofe, over de Heer die ons niet loslaat, ook niet in de dood.

Duits

Wenn ich einmal soll scheiden,
so scheide nicht von mir,
wenn ich den Tod soll leiden,
so tritt du dann herfür;
wenn mir am allerbängsten
wird um das Herze sein,
so reiß mich aus den Ängsten
kraft deiner Angst und Pein.

Nederlands

Als ik eens moet heengaan,
ga dan niet van mij weg;
als ik de dood moet lijden,
treed Gij mij dan nabij;
wanneer mij het allerbangst
om het hart zal zijn,
ruk mij dan uit de angsten
door de kracht van uw angst en pijn.

Speelt af op deze pagina. Werkt de speler niet, gebruik dan de knop hieronder.

Naar een andere dag