Dag 27 · 1 Korinthe 13:13 · met Dietrich Bonhoeffer (1906–1945)
De woorden van deze dag
Bij de tekst
Μείζων δὲ τούτων ἡ ἀγάπη (Meizōn de toutōn hē agapē) — ‘de grootste hiervan is de liefde’. De vergrotende trap stelt de liefde niet tégen geloof en hoop, maar erbovenuit: zij is wat overblijft als geloof aanschouwen wordt en hoop vervulling.
Ἀγάπη (Agapē) is hier geen gevoel maar gerichtheid: de zichzelf gevende liefde die haar oorsprong heeft in God, die Zelf liefde is.
Dietrich Bonhoeffer werd in 1906 geboren, in een groot, ontwikkeld Duits gezin. Hij was een uitzonderlijk begaafd theoloog, promoveerde jong, en verbleef een tijd in New York, waar hij in Harlem de zwarte kerk leerde kennen — een ervaring die hem tekende.
Toen het nazisme opkwam, koos hij partij. Hij werd een leider in de Belijdende Kerk en leidde een illegaal predikantenseminarie in Finkenwalde. Daar schreef hij Navolging, met zijn scherpe onderscheid tussen de goedkope genade die niets kost, en de dure genade die je alles kost.
Hij had veilig in Amerika kunnen blijven, maar keerde bewust terug naar Duitsland om het lot van zijn volk te delen. Hij sloot zich aan bij het verzet, bij de samenzwering tegen Hitler. In 1943 werd hij gearresteerd.
In de gevangenis schreef hij brieven en gedichten die na de oorlog beroemd werden. Rond de jaarwisseling van 1944 dichtte hij, met de dood voor ogen, Von guten Mächten — “door goede machten geborgen” — voor zijn verloofde Maria en zijn familie.
Op 9 april 1945, enkele weken voor het einde van de oorlog, werd hij opgehangen in kamp Flossenbürg. Hij gaf zijn leven. Juist hij, die de liefde leefde tot in de dood, mag ons leiden bij het woord dat de grootste van deze drie de liefde is.
De grootste van deze drie, zegt Paulus, is de liefde — μείζων δὲ τούτων ἡ ἀγάπη (meizōn de toutōn hē agapē). Waarom de grootste? Niet alleen omdat zij blijft, maar ook omdat zij het meest kost. Geloof en hoop kun je in je hart bewaren; de liefde moet je dóén. Zij geeft zich weg, en dat doet pijn.
Niemand heeft dat scherper geleefd dan Bonhoeffer. Hij sprak van goedkope genade tegenover dure genade. De goedkope genade is vergeving zonder inkeer, geloof zonder gevolgen — je eigent het jezelf toe en verandert niets. De dure genade kost je alles, omdat zij je roept in de navolging, tot in het lijden.
Zo is ook de liefde. Zij is geen warm gevoel dat je overkomt, maar een keuze, een daad, soms een offer. Bonhoeffer had veilig kunnen blijven in Amerika. Maar de liefde bracht hem terug in het gevaar, om het lot van zijn volk te delen. Echte liefde kiest niet de veilige kant.
En toen die liefde hem uiteindelijk zijn leven kostte, bleef zij geborgen. In de cel, met de galg in zicht, schreef hij niet over wanhoop, maar over geborgenheid: door goede machten wonderbaar omgeven. De liefde die alles gaf, werd zelf gedragen.
Dat is het geheim van vers dertien. De liefde die zich weggeeft, verliest zichzelf niet, maar vindt zich geborgen in de liefde van God. Wie liefheeft tot het einde, valt niet in het niets, maar in de handen van Hem die de Liefde zelf is.
Vraag jezelf vanavond af: waar houd ik mijn geloof veilig en goedkoop, zonder dat het mij iets kost? En waar roept de liefde mij om te geven, te doen, misschien te lijden — en durf ik te vertrouwen dat ik juist dán geborgen ben?
God, door goede machten wonderbaar omgeven,
bewaar mij voor de goedkope genade
die niets kost en niets verandert.
Geef mij de dure liefde die zich durft weg te geven,
en het vertrouwen dat wie zo liefheeft
niet verloren gaat, maar geborgen is in U —
des avonds en des morgens, en op elke nieuwe dag. Amen.
Bonhoeffer stelde de goedkope genade — vergeving zonder inkeer, geloof zonder gevolgen — tegenover de dure genade, die je alles kost omdat zij je in de navolging roept. Zijn eigen leven werd het bewijs: de liefde die hij predikte, betaalde hij met de dood.
Niemand heeft grotere liefde, zei Jezus, dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden. En dat deed Hij zelf. De maat van de liefde is niet het gevoel, maar de bereidheid zich weg te geven — tot het uiterste toe.
Ik ben de goede herder, zei Jezus; de goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Geen huurling die vlucht als de wolf komt, maar Een die blijft staan en zichzelf inzet. Zo ziet de liefde eruit die niet wegloopt als het gevaarlijk wordt.
Een vreemdeling zag een gewonde langs de weg liggen, en werd door mededogen bewogen. Hij verbond zijn wonden, bracht hem naar een herberg en betaalde uit eigen zak. De liefde kostte hem tijd, geld en omweg — en juist daaraan herken je haar.
Wie zijn leven wil behouden, zei Jezus, zal het verliezen; maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. Het klinkt onmogelijk, en het is de diepste waarheid: alleen de liefde die zich durft weg te geven, vindt het leven werkelijk terug.
Toen in Auschwitz een gevangene ter dood werd aangewezen en om zijn vrouw en kinderen jammerde, trad de priester Maximiliaan Kolbe naar voren en bood aan zijn plaats in te nemen. Hij stierf in de hongerbunker, in andermans plaats. Grotere liefde is er niet.
In de gevangenis, met de dood voor ogen, schreef Bonhoeffer rond de jaarwisseling van 1944 dit gedicht voor zijn verloofde en familie. Het werd een van de meest geliefde geestelijke liederen in het Duitse taalgebied. Uit de diepste onzekerheid klinkt een onwankelbaar vertrouwen: wie zich weggeeft in liefde, blijft geborgen.
Von guten Mächten treu und still umgeben,
behütet und getröstet wunderbar,
so will ich diese Tage mit euch leben
und mit euch gehen in ein neues Jahr.
Von guten Mächten wunderbar geborgen,
erwarten wir getrost, was kommen mag.
Gott ist bei uns am Abend und am Morgen
und ganz gewiss an jedem neuen Tag.
Door goede machten trouw en stil omgeven,
behoed, getroost, op wonderbare wijze,
zo wil ik deze dagen met u leven
en met u gaan een nieuw jaar tegemoet.
Door goede machten wonderbaar geborgen,
verwachten wij getroost wat komen mag.
God is bij ons des avonds en des morgens
en heel gewis op elke nieuwe dag.