Dag 22 · 1 Korinthe 13:11 · met Nikolaus von Zinzendorf (1700–1760)
De woorden van deze dag
Bij de tekst
Paulus illustreert het ‘ten dele’ met een beeld van groei: het kind dat opgroeit en het kinderlijke aflegt. Niet het kind-zijn wordt veracht, maar de overgang naar volwassenheid getekend — een natuurlijke, onomkeerbare rijping.
Het beeld is teder, niet streng: zoals het kind niet plotseling maar gaandeweg volwassen wordt, zo rijpt ook ons kennen naar de voleinding toe.
Nikolaus Ludwig von Zinzendorf werd in 1700 in Dresden geboren, in een adellijke, diep piëtistische familie. Opgevoed door zijn vrome grootmoeder, kende hij van jongs af een innige liefde voor Jezus — als kind schreef hij al briefjes aan de Heiland. Hij studeerde bij August Hermann Francke in Halle, het hart van het piëtisme, en rechten in Wittenberg.
Zijn hele leven draaide om één ding: een hartelijke, persoonlijke liefde voor de gekruisigde Heiland. “Ik heb maar één passie,” zei hij, “en dat is Hij, alleen Hij.” Zijn vroomheid was geheel gericht op Christus’ wonden en bloed — eenvoudig, warm, en zonder afstand.
In 1722 bood hij op zijn landgoed onderdak aan vervolgde Moravische broeders, nakomelingen van de oude Boheemse hervormers. Zij stichtten er de gemeente Herrnhut — “onder ’s Heren hoede”. Vijf jaar later, in 1727, beleefde die gemeente een geestelijke doorbraak, en de vernieuwde Broedergemeente was geboren.
Onder zijn leiding werd Herrnhut een gemeenschap van onafgebroken gebed — een gebedswacht die honderd jaar zou duren — en vooral van zending. De Herrnhutters werden de eerste grote protestantse zendingsbeweging: eenvoudige handwerkslieden trokken naar de Caraïben, Groenland, Suriname en Zuid-Afrika, om juist de allerarmsten het evangelie te brengen.
Zinzendorf reisde onvermoeibaar, dichtte honderden liederen, en raakte diep aan mensen als de jonge John Wesley. Zijn embleem was het Lam met de zegevaan, met het motto: ons Lam heeft overwonnen, laten wij Hem volgen. Hij stierf in 1760. Juist hij, met zijn kinderlijke liefde voor de Heiland, mag ons leiden bij het woord over het kind en de volwassene.
Na de spiegel en het ten dele kennen pakt Paulus een beeld uit ieders leven: het opgroeien. ὅτε ἤμην νήπιος (hote ēmēn nēpios) — toen ik een kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind. Maar nu ik volwassen ben, heb ik het kinderlijke afgelegd, κατήργηκα (katērgēka). Ons huidige kennen van God, zegt hij, is nog kinderlijk; er komt een volwassenheid die we nu nauwelijks kunnen bevroeden.
Dat lijkt te botsen met Jezus’ woord: word als de kinderen. Maar er zijn twee soorten kinderlijkheid. Er is een kinderachtigheid die je moet afleggen — het egocentrische, het alles-om-mij, het onvolwassen begrijpen. En er is een kinderlijk vertrouwen dat je juist moet behouden en verdiepen — de eenvoud, de afhankelijkheid, de overgave. Volwassen worden in de liefde is: het eerste afleggen, het tweede terugvinden.
Niemand laat die paradox mooier zien dan Zinzendorf. Zijn geloof was door en door kinderlijk: een simpele, warme liefde voor de Heiland, zonder omweg. En tegelijk was hij een volwassen theoloog, een organisator, een leider van een wereldwijde zending. Kinderlijk vertrouwen en volwassen inzet sloten elkaar bij hem niet uit — ze versterkten elkaar.
Want de kinderlijkheid die telt is geen naïviteit, maar vertrouwen; geen onwetendheid, maar overgave. Zijn Herrnhutters combineerden een kinderlijk “de Heiland zal voorzien” met een volwassen bereidheid om alles achter te laten en naar de andere kant van de wereld te trekken. Het kind en de volwassene woonden in dezelfde harten.
Zo bezien is groeien in geloof niet: koeler, ingewikkelder, cynischer worden. Het is de onvolwassenheid afleggen terwijl je kinderlijk blijft vertrouwen. Niet toevallig zijn de grootste heiligen vaak tegelijk het meest kinderlijk én het meest volwassen — diep geworteld, en toch eenvoudig als een kind dat zijn Vader vertrouwt.
Vraag jezelf vanavond af: waar ben ik kinderachtig gebleven — egocentrisch, snel gekwetst, onvolwassen? En waar ben ik het kinderlijk vertrouwen kwijtgeraakt, te ingewikkeld of te wantrouwig geworden? Kan ik het eerste afleggen, en het tweede terugvinden?
Heer Jezus, Lam van God,
U die de kinderen bij U riep en de wijzen beschaamde,
neem in mij weg wat kinderachtig is —
het draaien om mijzelf, het onvolwassen begrijpen.
En geef mij het kinderlijk vertrouwen terug:
de eenvoud, de overgave, de warme liefde voor U.
Maak mij volwassen én kind, in U. Amen.
Dat wij het kinderlijke afleggen en toch kinderlijk blijven vertrouwen — dat groeien in geloof rijper maar niet kouder maakt — licht telkens weer op in de Schrift en de geschiedenis van de kerk.
Zinzendorfs geloof was kinderlijk eenvoudig — één liefde, voor de Heiland — en tegelijk volwassen in daad: een wereldwijde zending van de armsten naar de armsten. Zijn embleem, het Lam met de zegevaan, droeg het motto: ons Lam heeft overwonnen, laten wij Hem volgen. Kinderlijk vertrouwen en volwassen offer, in één beweging.
Wie het Koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zei Jezus, zal er niet binnengaan. Er is dus een kinderlijkheid die niet vergaat maar juist toegang geeft: het vertrouwen, de open handen, het niets-kunnen-verdienen. Die kinderlijkheid legt de volwassene niet af, maar verdiept haar.
Weest geen kinderen in het verstand, schreef Paulus elders, maar wees kinderen in de boosheid, en volwassen in het denken. Daar staat het onderscheid scherp: onvolwassen in het kwaad blijven, maar rijp worden in inzicht. Groeien betekent niet het kwaad leren kennen, maar de liefde leren verstaan.
Wij moeten geen onmondige kinderen blijven, schrijft de brief aan Efeze, heen en weer geslingerd, maar opgroeien — de waarheid betrachtend in liefde — tot de volle rijpheid, de maat van de volheid van Christus. Volwassenheid is daar geen koelheid, maar volgroeide liefde.
Ook Jezus zelf, staat er, nam toe in wijsheid en grootte en in genade bij God en mensen. De Zoon van God doorliep een echte groei, van kind naar man. Wie in Hem gelooft, hoeft het groeien dus niet te vrezen: het is de weg die Hij zelf ging.
In 1732 trokken twee eenvoudige Herrnhutters, Leonard Dober en David Nitschmann, naar het verre Sint-Thomas om onder de slaven te leven en te werken — bereid alles op te geven, tot de armoede en het lot van de armsten toe. Kinderlijk vertrouwen dat God voorzien zou, en volwassen moed die er de daad bij voegde.
Zinzendorf was een onvermoeibaar lieddichter. Zijn bekendste choraal, Jesu, geh voran, bidt om de leiding van Christus op de levensweg — als een kind dat vertrouwvol de hand van zijn vader grijpt en volgt. Precies het kinderlijk vertrouwen waar deze dag over spreekt.
Jesu, geh voran
auf der Lebensbahn!
Und wir wollen nicht verweilen,
dir getreulich nachzueilen;
führ uns an der Hand
bis ins Vaterland.
Jezus, ga ons voor
op de levensweg!
En wij willen niet toeven
U trouw te blijven volgen;
leid ons aan de hand
tot in het vaderland.