←  Terug naar het overzicht
Dag 1 · verdiept 1 Kor 13:1

De taal der engelen, en toch een cimbaal

Dag 1 · 1 Korinthe 13:1 · met Johannes Chrysostomus (ca. 349–407)

De woorden van deze dag

Statenvertaling (1637) Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.
Werkvertaling uit het Grieks Al sprak ik de talen van de mensen en zelfs van de engelen, maar had ik de liefde niet — dan ben ik klinkend koper geworden, of een schallende cimbaal.
NBV21 Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schallende cimbaal.
Herziene Statenvertaling Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende cimbaal zijn geworden.
The Message If I speak with human eloquence and angelic ecstasy but don’t love, I’m nothing but the creaking of a rusty gate.

Bij de tekst

Paulus kiest bewust het woord ἀγάπη (agapè) — niet ἔρως (erōs) (begeerte) en niet φιλία (philia) (vriendschap), maar de liefde die zichzelf geeft. Met de ‘talen’ (γλώσσαις (glōssais)) grijpt hij terug op de tongentaal van de hoofdstukken 12 en 14, juist de gave waarop de Korinthiërs het meest prat gingen.

De beelden komen uit de eredienst: χαλκὸς ἠχῶν (chalkos ēchōn), galmend brons, en κύμβαλον ἀλαλάζον (kymbalon alalazon), een schallende cimbaal. Veelzeggend is het werkwoord γέγονα (gegona): niet ‘ik klink als’, maar ‘ik ben geworden tot’ louter klank.

Johannes Chrysostomus

Johannes Chrysostomus
Johannes Chrysostomus (ca. 349–407) — mozaïek in de Hagia Sophia, Constantinopel

Het leven

Wie Johannes wil leren kennen, moet beginnen in Antiochië, de grote Syrische havenstad waar hij omstreeks 349 werd geboren. Het was een wereldstad vol Grieks, handel en theologisch rumoer — de plaats waar de leerlingen voor het eerst christenen werden genoemd. Zijn vader, een legerofficier, stierf jong; zijn moeder Anthusa bleef als weduwe van nog geen twintig jaar achter en wijdde zich geheel aan de opvoeding van haar zoon. Haar vroomheid en standvastigheid hebben hem levenslang getekend.

De jonge Johannes kreeg de beste opleiding die de oudheid te bieden had. Hij studeerde retorica bij Libanius, de beroemdste heidense redenaar van zijn tijd. Naar verluidt zei Libanius op zijn sterfbed dat Johannes hem had moeten opvolgen — “als de christenen hem niet hadden weggekaapt”. Want gekaapt werd hij: na zijn doop trok hij zich terug in de bergen rond de stad en leefde enkele jaren als kluizenaar, in gebed en bij de Schrift, die hij vrijwel geheel uit het hoofd leerde. De strenge ascese ondermijnde blijvend zijn gezondheid, en hij keerde terug naar de stad.

In Antiochië werd hij diaken en in 386 priester. Daar ontvouwde zich zijn ware gave: de prediking. Zondag aan zondag legde hij hele Bijbelboeken uit — Genesis, de Psalmen, Matteüs, Johannes, en bovenal de brieven van Paulus, voor wie hij een grenzeloze bewondering koesterde. Hij behoorde tot de Antiocheense school, die de tekst niet in de eerste plaats allegorisch maar letterlijk, historisch en pastoraal wilde verstaan: wat stond er, en wat vroeg dat van de hoorder vandaag? Toen het volk in 387 in opstand kwam en de keizerlijke standbeelden vernielde — een halsmisdaad waarop zware wraak dreigde — troostte en vermaande hij de doodsbange stad in zijn beroemde Homilieën over de standbeelden. Pas later, in de zesde eeuw, leverde die welsprekendheid hem de bijnaam op waaronder wij hem kennen: Chrysostomos, “Guldenmond”.

In 398 werd hij, tegen zijn uitdrukkelijke wil, weggehaald en tot aartsbisschop van Constantinopel gewijd, de hoofdstad van het rijk. Hij bleef leven als een asceet: hij schrapte de weelderige tafels van het bisschoppelijk hof, verkocht kostbaarheden en stichtte ziekenhuizen en gaarkeukens voor de armen. Onvermoeibaar preekte hij tegen hebzucht, pronkzucht en de onverschilligheid van de rijken tegenover de bedelaar aan hun poort. Dat maakte hem geliefd bij het volk en gevaarlijk aan het hof.

De rekening kwam. Zijn vrijmoedige kritiek — ook op de ijdelheid van keizerin Eudoxia — en de afgunst van machtige geestelijken, met Theophilus van Alexandrië voorop, leidden in 403 tot zijn afzetting door een vijandige synode. Een volksoproer en een aardbeving brachten hem kort terug, maar in 404 werd hij definitief verbannen. Uitgeput door gedwongen voettochten naar de uithoeken van het rijk stierf hij op 14 september 407 te Comana in Pontus. De overlevering legt hem als laatste woorden in de mond: “Eer aan God voor alle dingen.”

Eerlijkheid vraagt ook om een schaduwkant te noemen. Tot Chrysostomus’ nalatenschap behoort een reeks felle preken tegen de joden, die in latere eeuwen misbruikt zijn om antisemitisme te voeden. Wie hem met vrucht leest, leest hem daarom niet kritiekloos, maar met onderscheiding — dankbaar voor zijn licht, eerlijk over zijn donkerte.

Toch reikt zijn invloed tot in onze eigen eredienst. De Goddelijke Liturgie van Johannes Chrysostomus is tot op vandaag de meest gevierde liturgie van de Orthodoxe Kerk; wekelijks klinken zijn woorden in talloze talen. De Guldenmond zweeg niet toen het hem alles kostte — en juist daarom mag hij ons voorgaan in een hoofdstuk dat zegt dat zelfs de schoonste taal niets is zonder de liefde.

Meditatie

Het is veelzeggend dat juist de Guldenmond ons voorgaat bij dit vers. Want als iemand wist wat woorden vermogen, dan hij. Zijn stem kon een opstandige stad tot bedaren brengen en een keizerlijk hof doen verbleken. En tóch — of misschien juist daarom — buigt hij zich met heel zijn hart over een zin die elke spreker de adem beneemt: “Al ware het dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal of luidende schel geworden.”

Let op hoe hoog Paulus inzet. Hij begint niet bij gewone welsprekendheid, maar bij het hoogste dat een mens zich denken kan: de taal der engelen. Het is alsof hij zegt: neem het allergrootste, het meest hemelse, het meest indrukwekkende dat je je kunt voorstellen — en houd het tegen het licht van de liefde. Chrysostomus merkt op dat Paulus de gaven niet kleineert. Tongen, profetie, kennis: het zijn werkelijk gaven van de Geest, en goed. Maar Paulus wijst ze hun plaats. Zonder de liefde zijn ze niet zonder waarde voor de kerk, maar zonder waarde voor de bezitter zelf. Je kunt anderen ermee dienen en er zelf leeg bij blijven.

Het beeld dat Paulus kiest is genadeloos treffend: klinkend metaal, een schallende cimbaal. Denk aan een bekken dat tegen een ander bekken slaat. Er komt geluid uit — luid, helder, het vult de hele ruimte — maar het is hol. Het heeft geen binnenkant. Het galmt en het is alweer voorbij. Zo, zegt Paulus, klinkt de mens die alles kan zeggen en niet liefheeft: veel rumoer, geen leven. Voor een redenaar als Chrysostomus moet dit beeld als een mes geweest zijn. Hij wist dat applaus verslavend is, dat een volle kerk en een bewogen menigte je kunnen doen geloven dat je iets bént, terwijl je vanbinnen koud bent gebleven.

Daarom noemt Chrysostomus de liefde telkens weer de wortel, de moeder, de bron van alle deugd. Niet één deugd naast andere, maar de levenssappen die door alle andere heen stromen en ze pas tot iets maken. Welsprekendheid in de liefde wordt vertroosting. Kennis in de liefde wordt licht voor een ander. Maar dezelfde gaven, losgemaakt van de liefde, worden instrumenten van ijdelheid — mooi gereedschap in een lege hand. De gave is niet het probleem; de losgeraaktheid is het probleem.

Er zit ook een troost in dit harde woord, en die mogen we niet overslaan. Paulus meet je niet af aan de grootte van je gaven. Dat is goed nieuws voor ieder die zich klein voelt naast de begaafden — voor wie geen redenaar is, geen geleerde, geen mens met de taal der engelen. De maat is niet hoeveel je kunt, maar of er liefde stroomt door wat je doet. En die maat ligt voor iedereen binnen bereik. De onopvallende trouw van een mens die liefheeft weegt bij God zwaarder dan de schitterendste rede zonder warmte.

En misschien ligt hier de diepste reden waarom uitgerekend Chrysostomus deze maand mag openen. Aan het einde van zijn leven was zijn gouden mond hem ontnomen. Verbannen, uitgeput, weggevoerd naar de rand van de wereld, zonder kansel, zonder gehoor. Alles wat hem groot had gemaakt, was hem afgenomen. Wat bleef, toen de woorden ophielden, was het enige dat blijft: “Eer aan God voor alle dingen.” Geen schallend metaal meer, maar een mens die liefheeft, ontdaan van alles behalve dat. Zo wil dit hoofdstuk ons binnenleiden: niet om onze gaven te verachten, maar om ze onder te dompelen in de liefde, tot ook ons spreken — hoe gebrekkig ook — geen cimbaal meer is, maar muziek.

Gebed

Heer, U die de liefde zelf bent,
ontdoe mij van het verlangen om indruk te maken,
en leer mij de stille kunst om lief te hebben.
Laat mijn woorden warm worden van uw Geest,
opdat ze geen klank zijn, maar leven dragen.
Eer aan U voor alle dingen. Amen.

Sporen door de eeuwen

Dat de grootste gaven leeg galmen zonder liefde, en dat onopvallende liefde zwaarder weegt dan schitterend vertoon — het licht telkens weer op in de geschiedenis van de kerk.

Thomas van Aquino en het stro

De scherpste geleerde van de middeleeuwen bouwde met zijn Summa een kathedraal van kennis. Maar tegen het einde van zijn leven, tijdens de mis, overkwam hem een diepe godservaring — en daarna legde hij de pen neer. Toen men aandrong om door te schrijven, zei hij dat alles wat hij gemaakt had hem nu als stro voorkwam, vergeleken bij wat hij had aanschouwd. Alle kennis der engelen, en toch: naast de liefde niet meer dan stro.

Franciscus en de melaatse

De jonge Franciscus walgde van melaatsen; hun aanblik joeg hem op de vlucht. Op een dag kwam hij er een tegen op de weg. Hij steeg af van zijn paard en kuste hem. In zijn Testament schrijft hij dat wat hem eerst bitter was, op dat moment veranderde in zoetheid. Geen preek, geen woord — één daad van liefde werd het scharnier waarop zijn hele leven draaide.

Martinus van Tours en de mantel

Volgens zijn oude levensbeschrijving sneed de soldaat Martinus bij een stadspoort zijn mantel met het zwaard doormidden, om de helft te geven aan een bedelaar die lag te rillen in de kou. Die nacht zag hij in een droom Christus zelf, gehuld in de halve mantel die hij had weggegeven. De onaanzienlijke daad bleek de hemel te raken.

Abba Mozes en de lekke mand

In de woestijn kwamen de vaders eens bijeen om over een broeder te oordelen die gezondigd had. Abba Mozes kwam binnen met een lekkende mand zand op zijn rug, zodat het achter hem uitliep. “Mijn eigen zonden lopen achter mij en ik zie ze niet,” zei hij, “en ik kom vandaag de zonden van een ander oordelen.” Geen strengheid telt zonder barmhartigheid.

Saulus, die Paulus werd

Vergeet niet wie dit hoofdstuk schreef. Saulus was vol ijver, kennis en wetsgetrouwheid — en juist die godsdienstigheid zónder liefde maakte hem tot vervolger, blazend van dreiging tegen de gemeente. Pas toen Christus hem in liefde greep, werd de ijveraar een dienaar. Niemand wist beter dan hij hoe hol religieuze hartstocht klinkt zonder de liefde.

Johannes van het Kruis en Moeder Teresa

Johannes van het Kruis vatte het samen in een zin die heel deze meditatie draagt: in de avond van ons leven worden wij op de liefde beoordeeld. En in onze eigen tijd leefde Moeder Teresa ernaar — niet met grootse daden, maar door kleine dingen met grote liefde te doen. Het aangrijpende is dat zij dat volhield terwijl ze zelf jarenlang Gods nabijheid niet voelde. Liefhebben in de duisternis, zonder de troost te ervaren: dat is wel het volstrekte tegendeel van klinkend metaal.

De Cherubijnenhymne — het lied van de engelen

Uit de Goddelijke Liturgie die de naam van Chrysostomus draagt, klinkt de Cherubijnenhymne: het lied waarmee de gelovigen zich verenigen met de engelen rond Gods troon. Zo raakt het precies deze dag — al sprak ik de taal der engelen, maar had ik de liefde niet. Hier klinkt die engelentaal, in het Grieks van Chrysostomus’ kerk.

Grieks

Οἱ τὰ Χερουβὶμ μυστικῶς εἰκονίζοντες,
καὶ τῇ ζωοποιῷ Τριάδι
τὸν τρισάγιον ὕμνον προσᾴδοντες,
πᾶσαν τὴν βιωτικὴν ἀποθώμεθα μέριμναν.

Nederlands

Wij die de Cherubijnen mystiek verbeelden
en aan de levenschenkende Drie-eenheid
de driewerf heilige lofzang zingen,
laten wij nu alle aardse zorg terzijde leggen.

Speelt af op deze pagina. Werkt de speler niet, gebruik dan de knop hieronder.

Naar een andere dag