Dag 12 · 1 Korinthe 13:5 · met Julian van Norwich (ca. 1342 – na 1416)
De woorden van deze dag
Bij de tekst
Οὐ λογίζεται τὸ κακόν (Ou logizetai to kakon) — de liefde ‘rekent het kwade niet toe’. Het is een woord uit de boekhouding: zij houdt geen register van onrecht bij. Hetzelfde werkwoord gebruikt Paulus voor het niet-toerekenen van zonde door God (Rom. 4:8).
Liefde voert geen grootboek. Zij vergeeft niet alleen, zij houdt het kwaad niet eens vast om het later te kunnen vergeven.
Van Julian van Norwich weten we bijna niets — zelfs haar echte naam niet. Wij noemen haar naar de kerk van Sint-Juliaan in het Engelse Norwich, waar zij als ankeres leefde: ingemetseld in een kleine cel tegen de kerkmuur, toegewijd aan gebed, met één venster naar de kerk en één naar de straat, waar mensen bij haar om raad kwamen.
In mei 1373, rond haar dertigste, werd zij dodelijk ziek. Men gaf haar de laatste sacramenten. En juist toen, op de rand van de dood, ontving zij een reeks van zestien visioenen — van de lijdende Christus, en bovenal van Gods onmetelijke liefde. Zij genas, en wijdde de rest van haar lange leven aan het overdenken en opschrijven van wat zij had gezien.
Zo ontstond haar boek, de Openbaringen van de goddelijke liefde — voor zover we weten het eerste boek in het Engels dat door een vrouw is geschreven. Ze werkte er meer dan twintig jaar aan, want ze wilde de visioenen niet alleen navertellen maar ook ten diepste verstaan.
Beroemd is haar visioen van de hazelnoot. In haar hand zag ze iets heel kleins, niet groter dan een noot, en ze vroeg zich af wat het was. Het antwoord kwam: dit is alles wat gemaakt is. Ze verwonderde zich dat zoiets kleins en broos niet allang tot niets was vergaan — en ze begreep: het bestaat, en het zal blijven bestaan, omdat God het liefheeft. Alles wat is, wordt gedragen door liefde.
Ze leefde in een verschrikkelijke tijd: de pest teisterde Norwich keer op keer, de dood was overal. En tóch is haar boek doortrokken van een haast onbegrijpelijke troost. Haar bekendste woorden zijn: alles zal wel zijn, en alles zal wel zijn, en alle dingen zullen wel zijn. Geen goedkoop optimisme, maar een belofte die zij dwars door lijden en dood heen van God had ontvangen.
Het diepste wat zij zag, was misschien wel dit: in al haar visioenen van God vond zij geen spoor van toorn, geen verwijt, geen boekhouding van haar zonden — enkel liefde en mededogen. God, ontdekte zij, kijkt ons niet aan met een wijzende vinger. En juist daarom mag zij ons vandaag leiden bij het woord dat de liefde het kwade niet toerekent.
De liefde, zegt Paulus, rekent het kwade niet toe. Het Griekse woord is veelzeggend: οὐ λογίζεται τὸ κακόν (ou logizetai to kakon). λογίζομαι (logizomai) is een woord uit de boekhouding: iets op de rekening zetten, in de boeken noteren. De liefde, zegt Paulus dus, houdt geen grootboek bij van het kwaad. Zij noteert de kwetsingen niet om ze later te kunnen presenteren.
Wat doen wij graag het tegenovergestelde. We houden, vaak zonder het te merken, een nauwkeurige boekhouding bij: van wat een ander ons heeft aangedaan, van het onrecht, van de gemene opmerking, van de keer dat we werden overgeslagen. We koesteren de grieven, we tellen ze op, en bij de eerste de beste gelegenheid leggen we de rekening op tafel. Zo vergiftigt het bijgehouden kwaad langzaam onze relaties.
De liefde scheurt dat grootboek doormidden. Niet omdat ze het kwaad goedpraat of niet voelt — Julian zag de wonden van Christus, ze wist alles van pijn — maar omdat ze weigert het op te sparen. Zij laat het los, telkens opnieuw, en begint met een schone bladzijde. Dat is geen zwakte; het is de kracht om niet gevangen te blijven in wat geweest is.
Maar hoe kún je dat? Hier ligt Julians grootste ontdekking. Zij zocht in haar visioenen naar Gods toorn over de zonde — en vond die niet. Zij zag dat God zélf met ons geen boekhouding houdt: Hij kijkt ons niet aan met verwijt, maar met liefde en mededogen. Onze schuld is aan het kruis uitgewist, niet opgeteld. En wie zó wordt aangekeken — zonder grootboek, zonder wijzende vinger — die kan langzaam leren ook zelf niet meer te rekenen.
Dat is de volgorde die het hele evangelie draagt. We kunnen andermans kwaad loslaten omdat ons eigen kwaad is losgelaten. We kunnen de rekening verscheuren omdat onze rekening is verscheurd. De vergeving die wij ontvangen, wordt de bron van de vergeving die wij geven. Zonder dat eerste blijft vergeven een onmogelijke opgave; mét dat eerste wordt het een dankbaar doorgeven.
Denk vanavond eens aan het grootboek dat je meedraagt. Welke pagina houd je open, welke kwetsing tel je nog altijd mee? En durf dan te geloven wat Julian zag: dat God jouw bladzijden niet meer openslaat, maar je aankijkt met louter liefde. Vanuit dat aangekeken worden mag je, misschien voor het eerst, jouw eigen grootboek dichtdoen.
Barmhartige God,
U houdt van mij geen grootboek bij;
U kijkt mij aan met liefde, niet met verwijt.
Leer mij die blik door te geven.
Maak los wat ik heb opgespaard,
de grieven die ik tel, de rekening die ik bewaar,
en leer mij vergeven zoals ik vergeven ben. Amen.
Dat de liefde geen boekhouding houdt van het kwaad — en dat wij de rekening kunnen verscheuren omdat onze eigen rekening is verscheurd — licht telkens weer op in de Schrift en de geschiedenis van de kerk.
In haar hand zag Julian iets heel kleins, als een hazelnoot, en ze begreep dat het alles was wat gemaakt is. Waarom vergaat het niet? Omdat God het liefheeft. Zij zag geen toorn in God, geen boekhouding van zonden — enkel een liefde die alles draagt. Zo kijkt de liefde: niet naar wat je misdeed, maar naar wat je waard bent in Gods hand.
Petrus dacht ruimhartig te zijn: moet ik mijn broeder tot zevenmaal toe vergeven? Jezus antwoordde: niet zevenmaal, maar zeventig maal zevenmaal. Met andere woorden: houd de tel niet bij. Wie gaat tellen, vergeeft nog niet echt. De liefde stopt met rekenen.
Een knecht wiens onmetelijke schuld werd kwijtgescholden, greep daarna zijn eigen medeknecht bij de keel voor een schamel bedrag. Hij had zelf alles ontvangen, en gunde de ander niets. Jezus vertelt het als waarschuwing: wie zelf is vrijgesproken en tóch boekhouding blijft houden, verspeelt de vergeving die hij kreeg.
De psalm zingt het uit: zo ver het oosten van het westen verwijderd is, zo ver doet God onze overtredingen van ons weg. Niet half, niet voorwaardelijk, maar volledig — buiten bereik, uit de boeken geschrapt. Aan die onmetelijke afstand mogen wij de maat van onze eigen vergeving nemen.
Toen David op de vlucht was, vervloekte Simeï hem en wierp stenen naar hem. Davids mannen wilden de man doden, maar David hield hen tegen. En toen hij later weer koning was en Simeï om genade smeekte, rekende hij het hem niet aan. Hij had de vernedering kunnen innen, maar sloot het grootboek.
In 1981 werd op paus Johannes Paulus II geschoten; hij overleefde het ternauwernood. Twee jaar later zocht hij de schutter op in diens cel, sprak lange tijd met hem, en vergaf hem. Geen wraak, geen afrekening — een bezoek van man tot man. Zo ziet het eruit wanneer iemand het aangedane kwaad werkelijk niet meer toerekent.
Julian van Norwich vatte heel haar mystiek samen in één zin, die zij van Christus hoorde: alles zal wel zijn. Aan het eind van haar Openbaringen van de goddelijke liefde vroeg zij zich af wat de bedoeling van dit alles was — en het antwoord was: liefde. Deze woorden, over de liefde die het kwade niet toerekent maar alles ten goede keert, zijn talloze malen op muziek gezet.
All shall be well, and all shall be well,
and all manner of thing shall be well.
Wouldst thou learn thy Lord’s meaning?
Learn it well: Love was His meaning.
Who shewed it thee? Love.
What shewed He thee? Love.
Wherefore shewed it He? For Love.
Alles zal wel zijn, en alles zal wel zijn,
en alle dingen zullen wel zijn.
Wilt gij de bedoeling van uw Heer verstaan?
Versta het goed: liefde was zijn bedoeling.
Wie toonde het u? De liefde.
Wat toonde Hij u? De liefde.
Waarom toonde Hij het? Om de liefde.