Genesis 1:31 – 2:3

Heilig de tijd, heilig het leven, dag aan dag, door te zien dat het goed is en soms zelfs meer dan goed.

In de verstilling gaan je ogen open en zie: je staan in de tijd, de dag, de nacht waarin je bestaat; ademt, leeft, zorgt, zingt, bemint, droomt, huilt en lacht.

Zonder rust is je werk nooit af. Genieten en verbinden, vieren en verwonderen, vragen de vrede van een zevende dag, te koesteren je diepste evenbeeld.

Reinoud Koning

En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Genesis 1:31
En God heeft den zevenden dag gezegend, en dien geheiligd. Genesis 2:3

Toelichting

In Genesis 1 kijkt God elke dag naar wat hij maakte en noemt het goed; pas over het geheel valt het woord zeer goed. Het beschouwen hoort dus bij het maken, en niet pas bij de eindbalans.

Het werkwoord van de zevende dag is sjavat: ophouden, staken. Er zit geen vermoeidheid in — het is een handeling, geen instorting. Daarom kan die dag iets voltooien.

En als enige van de zeven mist deze dag zijn afsluiting: “het was avond, het was morgen” ontbreekt. Wat er voltooid werd, heeft geen einde nodig.