God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood.
Psalm 46:2God van alle mensen, als vrede ergens begint dan is het binnen in mij.
De stormen van buiten beuken op mijn binnenste. Een onophoudelijke stroom van beelden blaast mij omver.
In wat voor wereld laat U mij wonen? De chaos, de dood en de angst trekken feestend rond. Hoe dan, met al die pijn en troosteloosheid?
Soms overweldigen mij de tranen. Soms is moedeloosheid mijn thuisland. Soms sluit ik vriendschap met de onverschilligheid.
God, in een uitgewoond hart willen de hoop en het vertrouwen niet wonen. Ik zoek het oog van de orkaan. Een verstilde plek, om te bidden, om een fluistering van Uw Stem te horen.
Daar bid ik mijn kyrie en kom op adem. Voor wie vlucht en wie blijft, voor de kinderen tussen het puin, voor wie schiet en niet meer weet waarom, voor wie onderhandelt en wie brood deelt. Ontferm U.
Daar hunker ik naar Uw Adem — een andere Geest. Daar hervind ik de moed om te geloven in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
God van alle mensen, vrede begint en vindt haar weg in de harten, door de handen van zachtmoedige en daadkrachtige mensen. God, laat mij één van hen mogen zijn.
Amen.
Reinoud Koning
God is voor ons een veilige schuilplaats,
een betrouwbare hulp in de nood.
Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde
en storten de bergen in het diepst van de zee.
Laat de watervloed maar kolken en koken,
de hoge golven de bergen doen beven. sela Psalm 46:2–4 (NBV21)
Kom en zie wat de HEER heeft gedaan,
verbijsterend is wat Hij op aarde verricht.
Wereldwijd bant Hij oorlogen uit,
bogen breekt Hij, lansen verbrijzelt Hij,
wagens verbrandt Hij in het vuur.
‘Staak de strijd, en erken dat Ik God ben,
verheven boven de volken, verheven boven de aarde.’ Psalm 46:9–11 (NBV21)
Toen het nu avond was op die eerste dag van de week en de deuren van de plaats waar de discipelen bijeenwaren, uit vrees voor de Joden gesloten waren, kwam Jezus en Hij stond in hun midden en zei tegen hen: Vrede zij u! En nadat Hij dit gezegd had, liet Hij hun Zijn handen en Zijn zij zien. De discipelen dan verblijdden zich toen zij de Heere zagen. Jezus dan zei opnieuw tegen hen: Vrede zij u! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u. Johannes 20:19–21 (HSV)